Blendle

Linda (31): Ik steel op mijn werk

Linda (31) heeft het helemaal voor elkaar. Een eigen huis, een leuke baan, een mooi uiterlijk.
Toch steelt ze al jaren van haar werkgevers. Puur voor de kick.

Eerlijk gestolen
“Ik steel op mijn werk. Dure gadgets, kleine prullen: alles wat ik kan gebruiken gaat mee. Laatst zette ik na werktijd een printer op de achterbank van mijn auto en reed er zo mee weg. Mijn huis staat helemaal vol. Pakken koffie, rollen toiletpapier, inktcartridges, ordners en schoonmaakspullen. Gratis. Eerlijk gestolen van mijn baas.
Het begon tijdens mijn eerste baantje. Ik was oproepkracht voor een restaurant dat me belde bij bruiloften en partijen. Terwijl om me heen iedereen de kantjes eraf liep of op het keukendak stond te roken, rende ik mijn benen uit het lijf. Toch verdienden we allemaal hetzelfde: vier euro per uur. Fooi ging rechtstreeks naar de partymanager die het verdeelde onder de vaste krachten. Dat vond ik niet eerlijk. Het stak me verschrikkelijk dat ik voor mijn gevoel harder werkte dan de rest en hetzelfde verdiende. Ik voelde me ondergewaardeerd. Een sloofje. Minder hard werken durfde ik niet omdat ik bang was dat ik dan niet meer ingeroosterd zou worden. Het cliché dat hard werken loont, ging hier niet op. Dat frustreerde me. Ik vond dat ik meer waard was dan de rest die een beetje stom lol trapte. Omdat ik dat niet deed, viel ik buiten de groep. Uit boosheid en om mijn salaris gevoelsmatig wat op te krikken, liet ik af en toe wat bestek in mijn schortje glijden. Elke keer een of twee vorken. Niemand merkte het, alleen na verloop van tijd was thuis wel mijn hele bestekla gevuld. Ik woonde net op kamers en had als enige in de familie visbestek, botermesjes en dessertlepels. Alles in setjes van twaalf. Ik gebruik het nu nog steeds. Daarna verdween er wel eens een blik zalm in mijn werkkleding. Of, als ik daar iets moest natellen, een rekenmachine van de receptie. Elke keer was ik als de dood dat bij vertrek mijn tas gecontroleerd zou worden, maar in de twee jaar dat ik er werkte, is er niet één keer gekeken. Vaak voelde ik mijn hart bonken als ik na mijn dienst naar buiten liep, maar ik voelde me toen nog geen moment schuldig. Soms werd ik nageroepen omdat ik iets vergeten was, zoals mijn fietssleutel of zonnebril. Dan kreeg ik vlekken in mijn hals van de zenuwen. ‘Wat ben je toch heerlijk verlegen,’ kwetterde mijn bazin dan. Ze moest eens weten.
Het stelen ging van kwaad tot erger toen ik als uitzendkracht werd aangenomen door een advocatenkantoor. Omdat ik geen ervaring had met een telefooncentrale, zeurden ze bij het uitzendbureau om een korting van dertig cent op mijn uurloon. Alsof ik het normale tarief niet waard was. Ik voelde me miskend, minderwaardig zelfs. Ook hier kreeg ik weer het gevoel dat ik er niet bij hoorde. Uit wraak begon ik met het stelen van balpennen, tijdschriften en theezakjes. Uiteindelijk nam ik hele horecaverpakkingen koffie of overgebleven cadeautjes van reclameacties mee.

Van kruimeldief naar crimineel
Voor het geld hoef ik het niet meer te doen. Tegenwoordig werk ik als commercieel medewerkster bij de binnendienst van een middelgroot assurantiekantoor. Van mijn salaris kan ik nu prima zelf printpapier en thee kopen. En ik lig goed in de groep. Ik heb me, toen ik hier begon, heilig voorgenomen te stoppen met stelen. Ik vond het sneu worden. Het is niet gelukt. Dat valt me zo tegen van mezelf. Het is een verslaving geworden. De kick van het mensen steeds te slim afzijn en kansen zien waar anderen met de kudde meelopen, geven me een gevoel van superioriteit. Ik, het onopvallende muisje van de afdeling verkoop, speelt een geweldige dubbelrol. Het lijkt wel of ik met het stelen mijn eigenwaarde omhoog haal: kijk, ik ben slimmer dan de rest. Dat gevoel van onaantastbaar zijn is zó lekker, dat ik bij ieder nieuw product dat mijn interesse heeft, al ga verzinnen hoe ik het ongemerkt kan meenemen. Dat het dan ook altijd lukt, laat me dan weer zweven en zo is het cirkeltje rond. Het is spelen met vuur. Als ik ontslagen word, is het maar de vraag of ik weer zo’n leuke baan vind zonder getuigschrift van deze werkgever.
Het is ook te makkelijk. Er wordt ook gewoon niets gecontroleerd. Je haalt bij de receptie de sleutel van het kantoorartikelenmagazijn, zegt later wat je hebt meegenomen en niemand die ziet wat je intussen allemaal om het hoekje zet. Een andere truc is de bedrijfsborrel. Na een verplichte receptie op de zaak help ik altijd met opruimen en verdeel schijnheilig de restjes borrelnoten en leverworst onder de meehelpers. Bij het afscheid nemen steek ik standaard en ongemerkt nog snel een overgebleven fles wijn en een paar glazen in mijn tas om alle verloren tijd te compenseren. Met als voorproefje een autoradio van de afdeling Wagenpark, was de kers op de taart de printer. Hij stond na het vertrek van een collega al een tijdje in het hok van Systeembeheer en er waren intussen al een paar routers en toners voor gezet. Iedereen weet dat de sleutel van het hok onder de plantenbak bij ICT ligt. Ik kon hem zo pakken. Als de printer al gemist wordt, zullen ze vast denken dat een collega hem aan iemand heeft meegegeven.
Kleine dingen zoals printpapier, usb-sticks of rollen plakband stop ik gewoon in mijn tas. Dat doen wel meer collega’s volgens mij. Wanneer ik iets anders wil hebben, bijvoorbeeld een vaas of een kantinestoel, zorg ik dat ik als laatste in het gebouw blijf.

Goudeerlijk gezicht
In winkels steel ik niet. Nooit gedaan ook. Ik denk dat de pakkans daar een stuk groter is en bovendien moet ik er niet aan denken om ooit in een politieauto afgevoerd te worden. Stel je voor zeg. Ik, een dief? Ik heb wel eens gelezen dat tien procent van de mensen absoluut te vertrouwen is en tien procent absoluut niet. De eerste groep zal never nooit frauderen en de tweede juist zoveel mogelijk. Die doet er ook bewust moeite voor.  De overige tachtig procent is gelegenheidsdief. Pas als de verleiding voor hun neus ligt, beslissen ze. Zelf denk ik dat ik bij de tien procent hoor die altijd zal stelen. Ondanks mijn schuldgevoel dat op de achtergrond blijft etteren, want ik weet natuurlijk wel dat ik mijn eigenwaarde ophang aan puur crimineel gedrag, spuit de adrenaline door me heen als ik de voordeur uitloop. Dat geeft me superkracht. Ik word ook niet rood en lach vriendelijk als ik met een tas vol stiekeme buit het pand verlaat. Met een stalen gezicht. Soms maak ik zelfs nog een praatje met de receptioniste. Nog nooit heeft iemand ook maar iets vermoed.

Naast de thrill en mijn hebzucht speelt het opvijzelen van mijn ego ook mee. Het genot van het openscheuren van weer een nieuw pak koffie dat me helemaal niets heeft gekost en waardoor ik op vakantie net dat ene avondje extra uit kan, is enorm. Het gevoel dat de sukkels in de supermarkt hun euro’s aftikken voor spulletjes die ik gratis heb, is zo ontzettend lekker. Ik snap wel dat ik verkeerd bezig ben en een enorm risico neem, ik slaap soms zelfs slecht uit angst ontmaskerd te worden, maar toch vind ik mezelf geen crimineel. Sinds ik mijn baas een keer zelf met een krat wijn uit het bedrijfsrestaurant zag stappen, heb ik nog minder scrupules. Dan vraag je erom, toch?

Portemonnee van collega
Een keer heb ik van een collega gestolen. Tijdens de lunch stond haar tas onbewaakt op de afdeling en ik zag dat de rits open stond. Het was te makkelijk. Er was niemand in de buurt. Als er al iemand zou komen, hoefde ik alleen te zeggen dat de tas van het bureau gevallen was. Gewoon omdat het kon, en om te kijken of ik ermee wegkwam, trok ik de portemonnee uit het voorvak en griste er een twintigeurobiljet uit. Al meteen had ik spijt. Het gekke was dat ik zo bang was dat ik betrapt zou worden met haar portefeuille in mijn handen als ik het geld zou terugstoppen, dat ik het maar zo heb gelaten. Het briefje brandde in mijn zak en ik had het dan ook het liefst in de toiletpot versnipperd. Mijn collega miste het geld die middag al. Ze schopte een hele rel, maar onze teammanager wilde er absoluut geen politie bij. Ze kon aangifte op het bureau doen, maar dat heeft ze uiteindelijk niet gedaan omdat ze geen idee had wie de dief was. Ik voelde me verschrikkelijk. Het was mijn schuld dat ze zo van streek was. Wezenloos zat ze achter haar bureau. ‘Wie doet nu zoiets?’ En hoewel ik haar net als de rest troostte, vermoedde niemand dat ik het was die haar handjes niet thuis kon houden. Het werd te persoonlijk. Ik heb me zelden zo naar gevoeld. Dat heeft me wel gewaarschuwd. Deze keer ben ik er dan wel mee weggekomen; iets stelen van collega’s zal ik nooit meer doen.

Ik denk niet dat ik mijn baan kwijtraak als ik ooit betrapt word. Mocht het me gebeuren dat ik bij iets groots betrapt word, dan zal de directie de politie er vast ook buiten willen houden. Ik ben rap van tong en verwacht dat ik wel een goed verhaal paraat heb. Spullen lenen voor een presentatie van de zaak die ik thuis uitwerk is niet strafbaar en een onverwacht feestje heeft iedereen wel eens. Ik denk dat ze me op mijn woord zullen geloven. Mensen zijn geneigd om verhalen pas in twijfel te trekken als het te gek voor woorden is. Als iemand jou vertelt dat een nieuwe jurk een uitverkoopje is, vraag je toch ook niet naar de bon?
Het wordt natuurlijk een ander verhaal als mijn huis doorzocht zou worden. Ik denk dat mijn werkgever dan wel geschokt is. Daarom vraag ik nooit collega’s mee naar huis. Overal staan spullen van kantoor en ik neem geen enkel risico. Ik strooi met het cliché dat ik werk en privé strikt wil scheiden en als er al een etentje is bij iemand thuis, zeg ik wel zes keer vooraf dat ik ‘bij hoge uitzondering’ een keer kom, zodat er geen uitnodiging wordt terugverwacht.
Mijn vriendinnen hebben niets door. Als er iemand komt, loop ik vooraf een controleronde door mijn huis om alle bulkverpakkingen en rondslingerende spullen zoals een elektrische nietmachine op te ruimen. Als ik al een vraag krijg, zoals laatst over de enorme navulrol voor een papierdispenser op het aanrecht, zeg ik gewoon dat ik die met de bedrijfspas heb gekocht bij een groothandel.

Een relatie heb ik momenteel niet, maar dat heeft niets met mijn gepik te maken. Als ik one night stands heb, is dat altijd bij de ander. Wanneer het serieuzer wordt, ga ik kleinschaliger te werk. Daten en afspreken bij hem thuis tot de grote voorraden op zijn, daarna gestolen koffie snel in een bewaarblik moffelen, cartridges ongemerkt vervangen en onderweg naar huis de logo’s van relatiegeschenken afpeuteren. Misschien dat ik er ooit helemaal mee stop, dit kan natuurlijk niet altijd doorgaan. Ik hoop voor mijn veertigste moeder te worden en een normaal gezinsleven te hebben. Misschien dat ik dan wel hulp inschakel. Nu ben ik daar nog niet klaar voor. Daarvoor geniet ik nog teveel van de kick van mijn dubbelleven en het gevoel dat ik anderen te slim af ben.”

Dit interview is destijds geplaatst in Viva.
De namen zijn om privacyredenen veranderd.

©EvelineKarman