Blendle

Angelique (46): ik gaf mijn dochter boulimia

Angelique (46) is een lekkerbek. Ze ging zo op in eten  – en vervolgens weer lijnen – dat ze niet zag hoe haar 16-jarige dochter haar kopieerde. Tot het te laat was…

“Ik ben een gezelligheidseter, een stresseter, en een sociale eter. Ik eet overal en altijd. Een portie spare ribs? Maak me maar wakker. Mijn bed uit voor een Tom Poes? Geen probleem. Een bord zelfgemaakte erwtensoep? Altijd.
Ik lust alles. Ik eet alles. En ik wil alles.

Croissants bij het ontbijt

Mijn ouders hadden een slecht huwelijk. Wanneer er een keer géén ruzie was, ‘moest’ het gezellig zijn. Dan kwam er taart van de bakker, en erna een schaal bitterballen. Als er eten op tafel stond, was iedereen gelukkig. Zo leerde ik dat eten bij gezelligheid hoort.
Ik heb dat overgenomen. Spelen we als gezin Kolonisten van Catan of Skip Bo: ik smeer toastjes en maak chocomel met slagroom. Bij een weekend weg pakken mijn man en kinderen de tassen uit, ik zet overal in het vakantiehuisje schaaltjes vol lekkers neer. Kaarsjes aan, kachel hoog… en genieten maar. Is er iemand jarig? Een mooi rapport? Is het vrijdag? Dat moet gevierd worden!

In het weekend bakte ik croissants en dekte de ontbijttafel met suikerbrood. Bij de koffie was er een petit four. En de lunch moest speciaal zijn als we alle vier thuis waren en samen aten, dus maakte ik een pan gehaktballen in satésaus of bakte frikadellen. Om rond een uur of vier bij de thee bonbons neer te zetten. Na het avondeten was er bij de koffie wat lekkers, en daarna kwamen de hartige hapjes op tafel. Het leek wel elke dag Kerstmis. Mijn man en ik werken allebei en hebben geen dure hobby’s, dus voor het geld hoefden we het niet te laten. En de kinderen genoten er zo van. Andere tieners hingen op zaterdag in de soos of op de sportclub, die van mij waren al aan het puberen maar nog lekker thuis. Ik genoot van mijn gezin, en dacht toen nog echt dat lekker eten het verschil maakte.

Ik zag heus wel dat ik uitdijde. Broeken die eerst perfect zaten, kreeg ik niet meer over mijn heupen. Ik kocht een nieuwe in een grotere maat, en als die niet meer lekker zat, kocht ik wéér een grotere. Ik ben dol op stretch en tricot: stofjes die mee rekken met je figuur en gewicht. Soms luidde de noodklok en sloeg ik aan het lijnen. Ik skipte maaltijden en woog mezelf twee keer per dag. Soms at ik vóór een weegdag salade in plaats van boerenkool, want dan was de weegschaal vriendelijker voor me. Ik kocht geen taartjes meer, maar nam één koekje. Gourmetten deed ik met vis, en ik nam een plak kaas minder op brood. Dan verloor ik een kilo of vier, maar net als ik goed bezig was, gebeurde er weer iets speciaals. Het werd Pasen of Kerstmis, er kwam een kortingsbon van een all you can eat-restaurant, mijn zoon kreeg een scooterongeluk, en de zomer smeekte om witte wijn en barbecues. Altijd was er weer een excuus om te eten. En een havermoutmuffin is gewoon niet zo lekker als appeltaart met slagroom.
Ik puilde uit mijn kleding, had maat 54, en mijn gezin deed net zo lekker mee. Ik was al nooit slank, maar uiteindelijk woog ik met mijn één meter zesenzeventig exact honderd kilo. “Eén januari gaan we lijnen,” riep ik steevast. Of “Na mijn verjaardag ga ik op dieet!”
Mijn man heeft nooit over mijn gewicht geklaagd. Hij vindt me mooi zoals ik ben. “Het is je innerlijk dat telt”, zegt hij. En ik geloof hem. Op mijn dikste dagen sloeg hij me nog op mijn kont en fluisterde in mijn oor hoe sexy ik was. Als ik afviel, vond hij me net zo prachtig. Mijn man wil gewoon een vrolijke vrouw die gelukkig is met zichzelf, en dat was ik. Ik had een heerlijk huis, een leuke baan, een topvent en twee gezonde, lieve kinderen. Wat kon ik nog meer wensen?

Overgeven op het toilet

Het moment dat ik doorkreeg dat ik er een potje van maakte met al dat eten en lijnen, was toen mijn zoon zei dat hij mijn dochter op het toilet had horen overgeven. Hij dacht dat Esmé ziek was, maar het was enkele minuten na het avondeten. Ik ben niet naïef en besloot haar in de gaten te houden. En jawel hoor, na vrijwel elke maaltijd of stuk taart, hoorde ik haar rommelen in de badkamer met de kraan open. Ineens zag ik mijn dochter niet meer als het lieve, tevreden meisje, maar als een kopie van mezelf. Ook Esmé, toen zestien, was véél te zwaar. Accepteerde ik mijn figuur nog en voelde ik me geliefd: mijn dochter had het moeilijk met zichzelf. Ze vroeg me weleens of ik haar dik vond, maar ik antwoordde altijd dat ze prachtig was. In onze familie is niemand skinny. Esmee was door haar leeftijd nog één van de slanksten.

Ik nam Esmé mee naar de huisarts, waar ze in tranen uitbarstte. Ze walgde van zichzelf, vond zichzelf een zwakkeling, maar kreeg in haar eentje haar neiging tot braken niet onder controle. De dokter concludeerde dat Esmé een te hoog BMI en dus lichaamsgewicht had, en dat ze viel in de gewichtsklasse obese: zeer ongezond dus! Ze waarschuwde voor diabetes, hart- en vaatziekten en gewrichtsklachten, maar de genoemde ziektes lieten Esmé allemaal onverschillig. Ik voelde me schuldig. Ik had niet gezien dat Esmé in geestelijke nood verkeerde en had haar daardoor misschien wel emotioneel verwaarloosd. Pas toen ik in huilen uitbarstte omdat ik mijn kind daar zo dwars en ongelukkig zag zitten, leek ze wakker te worden en beloofde ze beterschap.
Toen ik mijn man vertelde over Esmé’s verdriet en opzettelijk spugen, kon hij het niet geloven. Hij had wel gezien dat Esmé een in zijn woorden ‘lekkere snoeper’ is, en dat ze op vakantie het liefst met een pareo over haar badpak liep, maar hij zocht daar verder niets achter. Hij dacht dat een eetprobleem betekende dat bij iemand de botten uitstaken. Onze Esmé was gewoon ‘gezellig mollig’ volgens hem.

Zakken chips

Esmé wilde afvallen, en ik was nu ook serieus. Zelf meldde ik me aan bij een kliniek voor een Lap-Band-operatie: een maagband zonder narcose en grote incisies. In plaats van een schaaltje chips, zette ik voor mezelf en mijn dochter een appel in partjes op tafel. Ik maakte smoothies van spinazie en avocado. Ik bakte één keer per maand ovenfriet in plaats van elke maandag naar de patatkraam. Wanneer Esmé studeerde, zette ik een schaaltje snoeptomaatjes, kokosblokjes of rauwe wortels op haar bureau. Vaak liet ze die staan, omdat ze ‘de textuur ervan niet lekker vond’ of omdat de gezonde dingen die ik voorzette bij haar niet ‘gingen’. Soms kokhalsde ze letterlijk van een salade. Ze spuugde tomaten uit aan tafel. Toen ik haar een keer dwong haar broccoli op te eten, braakte ze die weer uit. Ik viel af, maar mijn dochter bleef veel te zwaar, ondanks dat ik haar amper zag eten. Ze woog op het laatst 106 kilo bij een lengte van 1.80 meter. En ze was pas zeventien!
Een vriendin waar ik mijn zorgen mee deelde en die bij Jumbo werkt, wees me erop dat ze Esmé weleens in de supermarkt zag en haar zakken chips, drop, ijs, Oreo’s en Milky Ways zag afrekenen. Geschrokken zocht ik op Google naar wat dit kon zijn. Boulimia, concludeerde ik. Jezelf volproppen met eten en het dan weer zien kwijt te raken via uitspugen of laxeren. Boulimia is een eetstoornis waar vier keer méér mensen aan lijden dan aan anorexia: jezelf uithongeren. Esmé plande haar vreetbuien in wanneer ik naar mijn werk was.

Ik sleepte Esmé weer mee naar de huisarts, die concludeerde dat ze voedingstekorten had. Haar haar was dof, ze had last van verminderde weerstand, en ze was snel vermoeid. De huisarts gaf haar vitaminepreparaten en een doorverwijzing voor therapie. Intussen werd ik opgeroepen voor de plaatsing van mijn maagband. Ik was zelf al zes kilo afgevallen.
De operatie viel enorm mee, en ik kon dezelfde dag naar huis. De eerste dagen at ik enkel vloeibaar eten, maar daarna was het afzien. Door de lapband was het voor mij definitief afgelopen met de afgebakken stokbroodjes met kruidenboter en de spekpannenkoek. Als ik te snel, te vet, of te veel at, gaf ik over. Omdat ik de gezelligheid van het tafelen enorm miste, sneed ik mijn porties in wel twintig stukjes en deed daar extra lang over. Nu accepteer ik dat, en het hielp zeker mee dat ik inmiddels nog bijna twintig kilo verloor. Ik voelde me zoveel fitter en mooier zonder mijn onderkin.
Terwijl ik worstelde met schuldgevoel omdat ik afviel en Esmé intussen zo ongelukkig was, lukte het me gelukkig wel om met haar te praten. Mijn dochter gaf aan dat ze soms de totale controle kwijt was over zichzelf. Eten maakte haar gelukkig, zoals ik dat ook altijd associeerde met ‘leuk’. Maar ze had zichzelf vaak niet meer in de hand en at soms uit de vriezer bevroren pudding of cake, en smeerde zelfs stiekem boterhammen boordevol mayonaise en ketchup! Soms kwam ze enthousiast thuis van therapie en lijnde ze dapper een paar dagen, om dan als een uitgehongerde beer weer alles op te eten wat ze kon vinden of om snacks te kopen. Dat deed ze al twee jaar, en ze haatte zichzelf. En ik haatte mezelf dat ik haar verdriet al die tijd niet opgemerkt had! Ik was zo bezig met mijn zoektocht naar het perfecte gewicht, met mijn vlagen van op dieet zijn en gezond eten om vervolgens weer ‘gezellig’ de tafel te vullen met allerlei hapjes, dat ik totaal gemist heb wat er onder mijn ogen gebeurde.

Samen wandelen

De huisarts raadde aan om te gaan wandelen. Lichaamsbeweging was goed voor zowel mij als Esmé om af te vallen en om op kracht te blijven. Bovendien kon het wandelen helpen een depressie te voorkomen. Achteraf is dit het fijnste advies wat we hebben gekregen. Esmé en ik lopen om de dag een rondje van een uur. Regen of wind: we gaan! We hebben de fijnste gesprekken. Esmé deelt veel meer met me dan vroeger, en we leren elkaar steeds beter kennen. Ook op dagen dat we woorden hebben, want natuurlijk kibbelen we soms, gaan we naar buiten. Juist dan lukt het ons om samen, ver weg van iedereen en onze mobieltjes, met elkaar te praten. Op zondag rijden we met het hele gezin naar het bos of strand. Daarna drinken we ergens thee zonder gebak of snoep, en ook al eten de mannen dan een uitsmijter, Esmé en ik houden het bij een maaltijdsoep of omelet die we dan delen.

Sinds de zomervakantie loopt Esmé ook bij een diëtiste. Die mevrouw en zij hebben een klik. Ik heb de indruk dat Esmé naar haar opkijkt, en dat die dame een soort coach voor haar is. Dat is alleen maar fijn. Sinds september is Esmé nu vier kilo kwijt. Dat is niet veel, maar ik zie wel dat ze langzaam haar voedingspatroon aanpast. Geen satéworst meer op brood, maar fricandeau en gekookt ei. Thee zonder suiker. Langzaam komt er verandering in haar eetpatroon, en ook al lijkt vier kilo niet de moeite, ik zie dat haar broeken ruimer zitten en dat ze kleur op haar wangen krijgt. Af en toe heeft Esmé nog een vreetbui, maar na vijf koekjes stopt ze nu. Ik vermoed dat ook dat steeds beter zal gaan.

Elke dag voel ik me nog schuldig om dat akelige gelijn van mij en om wat er van is gekomen. Ik had moeten leren om maat te houden, en veel beter op mijn dochter moeten letten in plaats van op mijn eigen weegschaal. Ik mis het lekkere eten, de hapjes op tafel. Ik vind een schaal komkommer ook minder gezellig is dan minipizza’s. Maar ik krijg zelf alleen nog muizenhapjes binnen en al dat lekkers is superslecht voor Esmé. Gelukkig zijn er ook alternatieven die ze lekker vindt, zoals een gevuld ei.
Een leuke bijkomstigheid is dat mijn man al acht kilo is afgevallen. Ook onze zoon zit stukken beter in zijn vel, alhoewel hij regelmatig snackt op school of na het stappen.

Disneyland

We gaan in ieder geval de goede kant op. Esmé is nu negentien en wordt steeds knapper. We beloofden haar dat als ze de negentig kilo aantikt op de weegschaal, we als gezin naar Disneyland gaan. Dat is voor haar een enorme opsteker, want ze wil er al jaren heen. Elke kilo die ze kwijt is, is een feestje, en het is heerlijk om mijn dochter zo blij te zien. Iedereen staat achter haar. In plaats van lekkers als beloning, stimuleer ik haar nu met kleine cadeautjes zoals een tijdschrift of lipstick, en met complimenten. Ik weet zeker dat Mickey Mouse ons binnenkort ziet in Parijs, al geven we ons geld in het pretpark nu veel liever uit aan een knuffelbeest van Knabbel en Babbel dan aan een milkshake en een broodje hamburger!”

*Wegens privacyredenen zijn de namen in dit interview gefingeerd.

©EvelineKarman