Blog

Reality-check

Mijn boek vordert gestaag. Naar mijn zin té gestaag, want telkens als ik op dreef ben of denk dat het wat wordt, komt er weer een naar bericht (zie mijn columns vanaf 1 juni 2021 op Facebook) of een nieuwtje dat voelt alsof er iemand met een figuurzaag mijn hart uit mijn lichaam snijdt.
Ik hoor van een collega over een nieuw contract voor twee nieuwe boeken die nog geschreven moeten worden. Of dat een uitgever een ‘aanlever-stop’ heeft op het inzenden van manuscripten. Of ik lees ’s avonds op de bank een steengoed boek en ben zo flabbergasted over hoe perfect alles geschreven is, dat ik moedeloos word. Dan denk ik: waarvoor probeer ik het nog? Wie wacht er nu op mij?

Sinds augustus 2020 werk ik aan mijn manuscript. Tien maanden, nu. Ik vermoed dat ik over een maand of vier mijn eerste proeflezers kan benaderen. Als ik durf. Want door een paar nare reacties uit mijn begintijd, inmiddels alweer jaren geleden, denkt mijn hoofd nog steeds dat ik prutswerk fabriceer. Dit boek is vast slecht. Wat zeg ik, het wordt helemaal ruk. Het lachertje van de eeuw. Met dit soort gedachten kwel ik mezelf, terwijl ik als ik nadenk weet dat mijn werk prima in orde is. Mijn korte verhalen worden gekocht door bladen als LINDA. en Vriendin. ‘Ja, maar,’ zegt het duiveltje in mijn hoofd dan. ‘Dat zijn korte verhalen. In opdracht. Wie zit er nu te wachten op wéér een Emma, op wéér een verhaal van een mysterie dat moet worden opgelost?’

Heel soms word ik daar zo onzeker van dat ik een schrijfpauze neem van twee weken. Ik lees een boek, krijg een leuke mail van een lezer, en tenslotte zijn de schrijfkriebels weer terug. Die dansen dan door mijn buik. Of Emma begint in mijn hoofd te protesteren omdat ze rusteloos wordt.
Al die gevoelens van twijfel, jaloezie en faalangst zijn volkomen normaal. Ik weet het. En toch hoor ik daar maar weinig schrijvers over. Je moet vooral doen of je één groot succesnummer bent en het leven je toelacht. Als je maar hard genoeg werkt, komt het succes naar je toe rollen op dikke Pirellibanden onder een kar vol goud. Helaas. Zo is het niet.

Ergens in mijn achterhoofd weet ik dat. Ik weet ook dat veel wanna-be-schrijvers uiteindelijk opgeven. Dat het een kwestie is van een heel lange adem. En ik weet ook dat de wereld van Instagram en Facebook nep is, met foto’s vol Photoshop waarop elk vlekje en elke kilo zijn weggepoetst en waar alles vol staat met oppervlakkige verhalen. Dat beseffen is een lange weg. Net als dat boek afschrijven. En toch ga ik door. Die drang om Emma aan de wereld te laten zien, om jullie te laten weten wat ik heb bedacht en vooral om mijn droom na te jagen, is zo hevig. Hoop en dromen. Daarvan leven mensen. Echte mensen, van vlees en bloed. Gewoon, zoals u en ik. Met rafels en randjes.
En graag zonder mooie praatjes en Photoshop.