Blendle

Marit (52): Door mijn gokverslaving zit ik in de schulden

Marit (52) meldde zich uit verveling aan bij een computerspelletje. Nu is ze verslaafd en steelt ze geld van haar gezin.

‘Vierhonderd euro. Zoveel heb ik de afgelopen maand vergokt. Om het nog erger te maken: dat is mijn gemiddelde. Ruim een jaar ben ik nu verslaafd aan kaartspelletjes en vrijwel elke maand verdwijnt er zo’n groot bedrag in het afvoerputje. Ik schaam me vreselijk. Toch kan ik er niet mee stoppen.

Ik heb nooit gegokt. De flikkerende lampjes in de snackbar deden me niets. Ik kocht liever een ijsje, dan had ik tenminste waar voor mijn geld. Ik begreep mensen niet die worstelden met een verslaving. Kom op zeg, dacht ik. Je stopt er gewoon mee en je houdt dat gewoon vol. Nu weet ik wel beter.

Verveling

Het begon allemaal tijdens de eerste lockdown. Mijn kinderen zijn het huis uit en ik zag ze plotsklaps nog maar zelden. Ze bleven in hun eigen kamers, iedereen was bang en er was nog geen vaccin. Op tv zagen we spookbeelden van rijen vol doodskisten. Mijn man Evert werkt in de transportsector en was deze dagen juist extra druk. Daardoor stond ik er alleen voor. Mijn eigen werk, ik ben verkoopster in een kledingboetiek, lag stil. Ik verveelde me. Na zes keer ramen wassen en de koelkast uitsoppen had ik het thuis wel gezien. Ik sprak alleen met mijn man en moeder, maar meestal was ik alleen. Uit verveling googelde ik naar spelletjes. Op mijn telefoon speel ik vaak patience en achter een groot scherm was dat vast leuker. Ik deed er toch niemand kwaad mee? De één leest graag of breit een trui. Ik speel graag spelletjes.

Ik vond leuke kaartgames en leerde Blackjack ofwel ‘eenentwintigen’; een soort poker maar dan makkelijker. De knipperende lichtjes op het scherm deden me niet zo veel. Alles ging dan ook meer dan prima, tot er ineens onder het spel advertenties oplichtten met hoeveel geld ik wel niet kon winnen. Ik was er intussen goed in geworden en zag kansen. Wie loopt er nu weg voor gratis geld?
Met de boetiek ging het bitter slecht: de nieuwe collectie hing achter een gesloten voordeur. Zou ik mijn baan wel houden als de lockdown werd opgeheven? En als de zaak failliet ging, was een gevulde spaarpot dan niet handig?
Ik klikte op een link en viel voor de beloftes dat ik honderden euro’s kon verdienen. Ik besloot dat als ik slim speelde en maat hield, er niets kon misgaan. Ik hoefde enkel maar even te oefenen en dan kwam alles goed.
Via Paypal opende ik een account – in Nederland is spelen om geld verboden – , en al snel werd ik meegezogen door alle spanning. Ik mocht van mezelf per dag een half uur spelen en in die tijd hield ik mezelf daar ook braaf aan.

Duizend euro

Regelmatig won ik. Het ging om kleine bedragen, een keer vijftig euro, een paar keer dertig. Ik speelde veel kaarspelletjes maar leerde dat ik Blackjack enorm spannend vond. Ik heb een goed geheugen en won al snel kleine bedragen met één keer een uitschieter naar 1.000 euro. Ik trakteerde Evert op sushi, gaf mijn kinderen elk 100 euro en zette de rest van mijn winst op mijn ‘gokrekening’. Ik voelde me een koningin. Dat gevoel, het winnen, voelde alsof iemand me een schouderklopje gaf. Alles zou goed komen. Ik moest gewoon even verder oefenen en er ‘in komen’, maar dan zou het de rest binnenstromen. Deze duizend euro had ik maar mooi bij elkaar gespeeld. Binnenkort kwam het grote geld.

Evert had niets door. Hij vroeg weleens of ik binnen niet wegkwijnde. Hij gaf aan dat hij zich schuldig voelde dat hij zoveel overuren draaide. Maar ik wuifde alles weg en verkondigde dat iedereen in hetzelfde beroerde lockdown-schuitje zat en dat ik het allemaal prima redde. We waren blij met zijn overuren en spraken af dat Evert dat extra geld zou opsparen voor een nieuwe auto. Tot op de dag van vandaag ben ik er dankbaar voor dat hij dat op zijn eigen spaarrekening stortte.

Evert draaide dubbele diensten, de kinderen belden regelmatig en leefden hun eigen leven. Intussen vermaakte ik me meer dan prima. Mijn huis was brandschoon, de kinderen volgden digitale colleges en ik had alle tijd om te spelen. Het anticiperen op je volgende stap, de dopamine die je lichaam aanmaakt: Je belandt in een andere wereld. Ik werd erin meegezogen. Alle zorgen verdwenen een paar uur lang en ik geloofde dat het niet meer lang zou duren voordat het tij zou keren en ik schathemelrijk zou worden. Het ging immers toch vaak goed? Ik zat er regelmatig zo dichtbij! ‘Nog maar één potje’, sprak ik mezelf regelmatig toe. ‘Ik heb er nu al zoveel tijd en geld in gestopt, zoveel bijna-kansen gehad: vandaag móet het écht lukken. Dat naïeve geloof dat je kunt winnen is niet meer dan een mindgame en ergens besef je dat ook zelf. Maar ik hield mezelf voor de gek. Ik ging ervoor. Al snel werd het halfuurtje een uur en niet veel later eindigde ik op vier uur speeltijd per dag. En niemand merkte het!
Ook mijn speelbedragen werden steeds hoger. Speelde ik mijn eerste potje met één euro, soms vijf, nu verhoogde ik frequent mijn hand naar twintig euro per spel.

Ik verloor meer dan ik won, maar stoppen was geen optie. De computer gaf mij het gevoel dat nét de keer dat ik zou opgeven, de jackpot zou vallen. Soms verdubbelde ik een ingelegd bedrag binnen twee dagen om dan toch weer door te spelen tot het allemaal op was. En nog steeds vond ik het gamen niet meer dan een hobby.

Maar al gauw dacht ik de hele dag aan gokken. Ik raffelde het huishouden af zodat ik kon spelen. Als ik ruzie had met Evert, bedacht ik al hoeveel busts ik de volgende dag maximaal mocht maken. Of ik bepaalde hoeveel geld ik mocht inzetten als ik de strijk allemaal af had. Mijn computer was mijn levenslijn, mijn vriend die altijd voor mij klaar stond. En elke dag kreeg ik een nieuwe kans van hem!

Nieuw dieet

Achter de computer dronk of at ik urenlang niets. Ik viel af. Omdat iedereen zei dat ik er zo goed uit zag, was dat voor mij een bevestiging dat ik goed bezig was. Wel had ik een ander probleem: ik vergokte rustig 30 euro per dag. Mijn geld raakte op.
Op Marktplaats verkocht ik oude handtassen en spullen van een peperduur woonmerk dat ik spaar. Ik verpatste zelfs een gouden ring die ik van mijn eerste verloofde kreeg. Die droeg ik toch niet meer en van het geld kon ik veertien dagen spelen. Alles wat ik binnenharkte, stortte ik op mijn gokaccount. Ik jatte vaatwasblokjes en kaas bij mijn moeder zodat mijn boodschappen goedkoper werden en ik meer geld overhield. De gedachte dat ik nét die dag misschien de hoofdprijs zou missen, maakte me onrustig. Ik bezuinigde op de boodschappen, stelde ineens ‘vleesloze’ dagen voor aan Evert. Zelf dronk ik ranja in plaats van fris. Eén keer heb ik mijn moeder om boodschappengeld gevraagd en een verhaal opgehangen over een tandartsrekening. Bij het afrekenen bij de supermarktkassa kreeg ik zo’n treurig gevoel dat ik betaalde met háár geld, dat ik me direct voornam om nooit meer iemand om geld te vragen.

Ik nam af en toe spaargeld op en loog dat ik de kinderen geld had toegestopt. Dat deed ik ook, hun bijbaantjes lagen immers stil, maar wat ik weggaf was maar de helft van wat ik pinde.
En nog steeds had niemand iets in de gaten. Mijn man vond wel dat ik veel achter de computer zat, maar ik loog dat ik de corona-updates in de gaten hield en alvast voorzichtig keek naar vacatures voor het geval mijn baan zou wegvallen. Dat geloofde hij. Ik vergoelijkte voor mezelf dat ik elk moment kon stoppen. Als de boetiek weer open ging, was de spielerei meteen afgelopen. Dan had ik geen behoefte meer aan vertier op internet en kwam mijn leven weer terug.

Maar de tweede lockdown ging voorbij en nadat de boetiek weer open ging, bleef ik doorspelen. Weliswaar had ik nu minder tijd, maar ik speelde wel met hogere inzetten om dat weer in te halen. Soms maakte ik een legpuzzel of nodigde ik een vriendin uit voor een wandeling. Maar zodra ik de computer weer zag staan, was daar weer de spanning. Zou het vandaag lukken?
Natuurlijk was ik er vaak naar van. Dan dacht ik na over wat ik met het vergokte geld had kunnen doen. Leuke dagjes uit met het gezin nu dat weer mocht, of een mooi extraatje zoals een rijbewijs voor de kinderen.

Ik denk dat ik in totaal zo’n vijfduizend euro heb verspeeld. Vooral als ik eerst een klein bedrag won, verloor ik mezelf en ging weer voor de bijl.
Daarna is het een vicieuze cirkel. Ik voel mezelf een loser, een slappe trut. Een liegebeest. En dan zoek ik troost bij het gokken. Daar zijn ze wel blij met mij. Ik vergeet weer even alles, ben even van de wereld. Natuurlijk hoop ik elke dag opnieuw dat ik het verlies terugwin zodat ik iedereen versteld kan doen staan met mijn fortuin en geen loser meer ben.

Nu ik dit bedrag heb uitgesproken en het straks op papier komt, voel ik me ontzettend klote. Ik vind het zo stom van mezelf. Ook begrijp ik dat ik hulp nodig heb want die boosheid om mijn zwakte zit er al langer. Ontelbare keren ben ik zelf gestopt. Ik ben zelfs lid geworden van een online praatgroep omdat ik dacht dat herkenning en peptalk van gelijkgestemden mij zou helpen. Maar al na vier dagen heb ik mezelf daar niet meer laten zien. Ik werd tijdens mijn ‘onthouding’ ongedurig, kribbig en nerveus. Er was immers altijd een escape tegen saaiheid en stress. Nu kregen de dips en het echte leven vol corona-ellende weer de overhand. Het gezeur van mijn bazin. Mensen die weer wilden afspreken. Uiteindelijk beloofde ik mezelf toch weer één kwartiertje speeltijd. Eén tientje om ‘even te ontspannen’.
En ondanks dat ik dacht dat het zou kunnen en ik op tijd kon stoppen, ging het altijd mis. Ik beloof mezelf om het niet meer te doen, en toch log ik in en raak weer in een adrenalinerush. Als ik mijn account deactiveer, open ik binnen een week weer een nieuwe. Het is hebzucht. Het eergevoel om te winnen en de belofte van veel geld. En al met al heb ik veel geld verdiend, maar uiteindelijk ben ik veel meer kwijtgeraakt dan dat het opleverde. Ik heb zoveel tijd verspild. Ik had een taal kunnen leren of mezelf kunnen ontplooien. De ergste dag was toen ik op één dag zeshonderd euro heb verspeeld, soms met 50 euro per hand. Daarna betrapte ik mezelf erop dat ik googelde naar een lening en persoonlijke kredieten. Toen ik besefte wat ik deed, klikte ik alle pagina’s weg. Ik ben daar zo van geschrokken! Wie was deze trieste vrouw? Ik zit vast in dat rotgevoel dat ik zwak ben en geen discipline heb. Die emotionele schade heb ik vooraf nooit overzien.

Liegbeest

Intussen draait Evert weer gewone diensten en is hij meer thuis. Ik moet vaker liegen om te kunnen spelen. Ik zeg dat ik op Marktsplaats woonitems zoek van mijn lievelingsmerk en hij vindt dat prima. Ook werk ik weer in de boetiek, ook al moest ik een paar contracturen inleveren om mijn baan te kunnen behouden. Dat heb ik niet tegen Evert verteld. Hij merkt niet dat ik minder verdien omdat ik zuiniger boodschappen doe. Mijn moeder weet wel van mijn urenvermindering. Zij geeft me sinds ik geld bij haar leende regelmatig een tas boodschappen om me te ‘helpen’.

Ruim een jaar lieg ik tegen iedereen die me lief is. Ik neem niemand in vertrouwen over mijn probleem. Ik schaam me. Het vreet me op. Elke dag begin ik met een schone lei en goede voornemens, maar slechts zelden houd ik die vol. Om me heen zie ik de gretige ogen van vrouwen die krasloten openkrabben naast de supermarktkassa en ik denk steeds vaker aan de morsige mannetjes weer achter de fruitautomaten in de snackbar uit mijn jeugd. Ik wil niet zo worden.
Ik voel me een dief van mijn gezin, ook al zijn er geen schulden. Er is zoveel geld verdwenen. Door dit interview heb ik de moed gevonden om mezelf onder ogen te komen. Dit kan niet meer. Ik wil zo niet meer verder. Volgende week staat er een afspraak met mijn huisarts gepland. Ik ga alle hulp aanpakken die ik kan krijgen. En als ik daarvoor Evert moet inlichten en mijn geheim moet opbiechten, dan doe ik dat. Ik wil weer rust. Ik wil terug naar de vrouw die ik vroeger leuk vond. Want de oplossing voor al deze ellende zit toch echt in mezelf.’

*Wegens privacyredenen zijn de namen in dit interview veranderd.

©EvelineKarman