Blendle

Laura (33): mijn man bleek een narcist

De droomprins van Laura (33)  bleek een rasechte narcist die haar uiteindelijk volkomen isoleerde.

“Nog steeds begrijp ik niet hoe ik mezelf zo heb kunnen verliezen in een man. Het leek of Kai een soort zesde zintuig had waarmee hij iedereen voor zich kon winnen. Een charmemagneet. Kai was de toffe peer, de ideale schoonzoon. Ik heb mezelf vaak zo onnozel gevoeld.

Shakespeare

Dom ben ik nooit geweest. Traditioneel ook niet. Mijn Barbie was chirurg of dierentrainer. Ken was er voor de fun. Op de middelbare school koos ik vakken die ik niet allemaal leuk vond, maar waarmee ik vooruit kon in mijn leven. Ik schopte het tot juridisch medewerker. Vriendjes had ik af en toe, maar ze moesten een aanvulling zijn, geen invulling. Wanneer een man me claimde of zich ontpopte tot (sportschool)beauty-without-brains, bleef hij leuk voor drie maanden stoute seks en wat klussen in mijn huis. Daarna verbrak ik de relatie.
Kai was anders. Een beetje een nerd, maar op een sexy manier. Via een spellenforum verleidde Kai me met waanzinnige Shakespeare-quotes of metaforen uit oude sagen. Ik vrat zijn mails, baalde wanneer hij een avond niet antwoordde.
Een paar weken imponeerden we elkaar met spitsvondigheid en filosofische visies. Het was letterlijk een mindfuck waarin ik zat. Dat we zouden afspreken, was slechts een kwestie van tijd.
In eerste instantie schrok ik van zijn uiterlijk. Ik vond hem nietszeggend. Alledaags. Kai besteedde zichtbaar weinig geld en aandacht aan zijn kleding en performance, iets waaraan ik moest wennen na alle gladde types die ik voorheen datete. Het maakte Kai voor mij kwetsbaar en extra schattig. De dag na onze eerste date stuurde hij me een zelfgemaakt gedicht. Kai gaf me het gevoel dat ik de meest bijzondere, fijnzinnige vrouw was die hij ooit had ontmoet. Ook de seks later was bijzonder en nooit hetzelfde.
Na twee maanden kregen we onze eerste discussie. Ik dacht te weten wie de auteur van een boek was, maar Kai bekte me af dat ik nooit tegen hem in mocht gaan omdat dat verloren tijd was. Hij was immers de meest erudiete en slimme van ons twee. Had hij niet de meeste kennis? Het hoogste diploma? Bij een later akkefietje over een regisseur schamperde hij: “Wat ben jij een domme trut dat je weer dezelfde fout maakt.” Ik dacht dat hij het zei in een opwelling, zoals iedereen in boosheid weleens dingen zegt waarvan je later spijt hebt. Maar Kai kwam nergens op terug. Steeds vaker liet hij me merken dat hij zich superieur voelde aan mij en anderen. Hij was degene die de juiste antwoorden had. Dat wás meestal ook zo. Daarom voelde ik me in zijn bijzijn steeds minder intelligent dan voorheen. Op mijn werk was ik altijd haantje-de-voorste. Nu hield ik mijn mond wanneer ik een onvolkomenheid of verspreking opmerkte. Ik had toch vast ongelijk. Ik maakte ook rare fouten.
Zodra ik toegaf dat Kai gelijk had, dat zijn perspectief het juiste was, werd hij weer de charmante prins die me op handen droeg. Zijn complimenten, de dingen die hij dan voor me verzon en deed, werkten verslavend. Hij bestelde cupcakes met onze foto erop. Regelde een helikoptervlucht. Na al het macho-gebral van mijn eerdere dates, dacht ik echt dat Kai een man was om altijd vast te houden, zo speciaal en fijngevoelig. Als ik al een keer vond dat hij over mijn grenzen ging, was er altijd weer dat gevoel dat snakte naar op handen gedragen worden. Dat wilde ik terug, en dus gaf ik toe. Hij zei toch vaak dat ik zijn meest slimme, bijzondere vriendin ooit was? Dat gevoel van verhevenheid, van iemands prinses zijn: het werkte net zo verslavend als heroïne.

Verstoppertje in de slaapkamer

Ik was zo verliefd dat we gingen samenwonen. Kai regelde veel voor me. Hij vond dat hij dat beter kon, en meestal was dat ook zo. Zo regelde hij een verbouwing in mijn huis die in het verleden door twee aannemers als ‘onmogelijk’ was bestempeld. Hij overtuigde een architect en aannemer met specifieke constructies, formules en bouwtekeningen die hij weet-ik-waar vandaan toverde. Mij zou dat nooit zijn gelukt, en ik was Kai daar erg dankbaar voor.
Wel veranderden er dingen. Ik raakte steeds meer de controle kwijt over mijn eigen leven. Wanneer vriendinnen op bezoek kwamen in ‘wat nu ook zijn huis was’, vond Kai hun gesprekken en verschijningen ‘stompzinnig’. Kon ik niet buitenshuis met hen afspreken? Als ik ergens met Kai en mijn vrienden wilde eten, weigerde Kai. Hij vond vriendschappen nutteloos. “Ik weet en doe alles tien keer sneller en beter als ik onafhankelijk blijf.” Naar verjaardagen moest ik alleen. De man van mijn beste vriendin wilde hij nooit ontmoeten omdat die af en toe blowt, wat hippietrekjes heeft, en een slang als huisdier houdt. Kai vond het bij voorbaat al onzin hem te leren kennen, want de beste man was absoluut niet zo interessant als hijzelf. En dus was een kennismaking zonde van zijn tijd, besloot hij. Een jeugdvriendin van me vond hij zo ‘simpel en nietszeggend’ dat Kai zich de keren dat ik haar uitnodigde verschool in de slaapkamer om haar niet te hoeven zien. Wilde ik na haar vertrek over mijn middag vertellen, dan hief hij zijn hand. “Ik hoef geen verhaal te horen waarin zij een rol speelt.”
‘Een rasechte narcist’, waarschuwde mijn vriendin. Ik deed het af als overdreven. Een modewoord. Kai was toch lief voor me? Hij was gewoon meer een intellectueel type. Eentje die vriendenuitjes en verjaardagen ‘infantiel en repeterend’ vond en die liever een boek las of zich vermaakte met zijn aandelenpakket. Want ook daar had Kai verstand van. Met daytrading (goedkoop kopen en dezelfde dag duur verkopen op basis van psychologische effecten -red.) verdiende hij redelijk wat. Dat geld gaf hij uit aan mij. Kai boekte dure spa’s en hotels voor me. Hij deed alles voor me en ik vond dat ik daar dankbaar voor moest zijn. Dat ik liever een keer gezellig met hem wilde bowlen, deed hem niets.
Kai nam me alle zorgen uit handen en vertelde me vaak hoe hij me bewonderde. Tot ik weer eens iets fout deed, zoals een groentelepel bij de aardappels leggen. Of als ik een plaatsnaam niet meer wist.  Dan liep hij met zijn tong klakkend tegen zijn gehemelte hoofdschuddend de kamer uit. “Wat val jij me vreselijk tegen,” zuchtte hij dan. “Verwacht ik nu echt te veel  van je?” Om vervolgens minimaal twee uur te zwijgen. Dat gebeurde steeds vaker. In zes jaar tijd brainwashte hij me heel geleidelijk dat ik oerdom was. Dat ik weinig algemene kennis had omdat ik niets van Socrates of de zijvertakkingen van de Rijn wist. Wanneer ik iets vertelde wat in zijn ogen onwaar of banaal was, zuchtte hij teleurgesteld en zei: “Ik had je hoger ingeschat.” Dan zat ik wéér een avond alleen beneden. Zijn afkeurende gezucht maakte me dan zo bloednerveus dat ik soms enkel kon janken.

Kinderwens

Kai’s familie heb ik nooit ontmoet: zijn vader is overleden, met zijn moeder en broer had hij gebroken. Mijn familie kon daarentegen niets verkeerd doen. Met een charmeoffensief wikkelde Kai hen als een stel marionetten om zijn vinger. Eerst vond ik dat een soort bevestiging van mijn keuze. Later irriteerde het me. Ook mijn lievelingscollega palmde hij totaal in. Wanneer ik voorzichtig op mijn werk of in mijn ouderlijk huis over Kai klaagde of liet vallen dat hij soms veeleisend was, werd dat afgedaan als overgevoeligheid van mij. “Je hebt maar geluk met zo’n man die je adoreert en die zo ontwikkeld is.”
Steeds vaker voelde ik me ontheemd in mijn eigen huis. Ik miste de vrolijke stemmen, de flessen wijn en luidkeels gezongen evergreens op mooie zomeravonden. Bijna alle verjaardagen en feestjes bezocht ik alleen. Mensen uitnodigen deed ik nog zelden. Ik schaamde me voor Kai wanneer hij weer eens boven bleef omdat hij mijn vrienden ‘gepeupel’ vond.
Er knapte iets toen ik thuis wilde vertellen dat een collega op staande voet was ontslagen wegens diefstal. Ik was zo geschrokken, was er vol van. Maar Kai gaf aan dat ‘hij zelf zo stom was geweest en nu de gevolgen maar moest dragen’. Hij wilde er verder geen energie aan verspillen. Kon ik hierover geen collega’s lastig vallen?” Die avond, liggend in bad, besefte ik dat Kai enkel voor zichzelf leefde. Mijn dromen, mijn verdriet: zolang ik hem daarmee niet beperkte, gunde hij me mijn doelen. Maar ik was vrienden kwijtgeraakt. Vriendschappen waren doodgebloed. Mijn sociale leven leek op dat van een bejaarde die vanachter de geraniums toeziet hoe zich buiten het échte leven afspeelt. Ik kreeg een huilbui die niet over leek te gaan. “Een lichte depressie,” concludeerde de huisarts. “Neem twee weken verlof.” Maar het was geen depressie. Ik voelde me alleen maar ongelooflijk eenzaam. Ik snakte naar ‘gewoonheid’, naar een man die me mee uiteten, een pretpark of de bios nam, zonder dat hij dat ‘vermaak voor de meute’ vond. Ik wilde iemand die zich in mij wilde inleven, met me meedacht over de levensvragen waarmee ik worstelde. Of ik wel of geen kinderen wilde bijvoorbeeld, want dat wist ik niet, omdat Kai die discussie voor me had afgekapt. Hij wilde ze niet, vond het handenbinders. Ik was zo verliefd, verblind misschien, dat ik ook dat onderwerp in de ijskast had gezet. Die avond in bad, terwijl ik verslagen besefte hoe intens eenzaam en afgedreven ik was van alles wat ik leuk vind in het leven, van wat ík wilde, realiseerde ik me dat ik wél graag zwanger wil worden.
Er met Kai over praten, wilde ik niet meer. Áls ik al ooit zwanger zou worden, dan was dat niet van Kai. Ik wilde niet meer verder met hem. Ik verlangde zo intens naar een gewoon leven. Simpel, zonder Socrates, maar met gourmetavondjes en stupide comedy’s waar Kai nooit met me naar wilde kijken.

Afscheidsfeest

Ik besloot dat het genoeg was. Liever single zijn en alleen wonen, dan in deze relatie blijven zitten waarin ik me eenzamer voelde dan ik ooit in mijn uppie was geweest. Ik wist dat ik Kai niets kon vertellen over mijn besluit. Hij zou me bepraten, manipuleren, vernederen en weer ophemelen tot ik hem zou geloven en opnieuw zou zwichten en van gedachten veranderen. Achter Kai’s rug om regelde ik onze break-up. Kai was bij me ingetrokken, maar het huis stond op mijn naam, gelukkig. Met een lichter hart dan ooit heb ik Kai’s spullen ingepakt en in de garage gezet. Een slotenmaker heeft alle sloten in huis vervangen. Omdat Kai geen andere woonruimte had en ik problemen verwachtte, heb ik de wijkagent vooraf gebeld. Die zou een oogje in het ziel houden. Daarna heb ik Kai op zijn werk gebeld en gezegd dat hij maar een hotel moest zoeken, en dat alles wat na een week nog in mijn garage stond, naar de stort ging. Eindelijk voelde ik mezelf weer in control. Het gaf me een reuzenkracht. Kai was verbijsterd, maar bleef rustig. Pas na drie dagen kwam hij kleding en toiletartikelen ophalen. De dag dat hij zijn laatste spullen in zijn auto laadde, gaf ik een feest. De vrienden die ik nog over had, vonden Kai al langer afwezig en vervelend. Mijn ouders steunden me in mijn keuze, wilden dat ik gelukkig was. Ze hadden wel gezien dat ik al jaren minder spontaan en aanwezig was.

Kai heeft me nog weken gesmeekt of ik hem een nieuwe kans gaf. Hij zou zich meer aanpassen. Wilde samen verder. Hij stopte daarmee pas toen hij een nieuwe vriendin vond. Ik hoop dat zij eerder door heeft dan ik wie hij écht is.

Voorlopig taal ik niet naar een nieuwe vriend. Ik wil eerst uitzoeken wie ik ben en de sterke vrouw worden die ik was vóórdat ik Kai ontmoette. Met elke stap die ik zet, win ik mijn leven terug. Wanneer ik mezelf weer trots in de spiegel kan aankijken, zie ik wel verder. Ik weet zeker dat ik het heb gehad met hyperintelligente, zelfverklaarde halfgoden. Ik wil met een partner delen wat er in mijn leven speelt, en goed genoeg zijn voor iemand zoals ik ben. Al heeft mijn nieuwe vriend een bochel en kan hij nog geen puzzel oplossen: als hij lief en sociaal is, ga ik er op vooruit.”

*Wegens privacyredenen zijn de namen in dit interview veranderd.

©EvelineKarman