Blendle

Lianne (48): Toen mijn man ziek werd, lieten onze vrienden ons vallen

Lianne (48) en Edwin (53) denken hun leven prima voor elkaar te hebben. Tot Edwin zo ernstig ziek wordt dat alles verandert.
Ze raken zelfs beste vrienden kwijt. “Toen we ze nodig hadden, waren ze ineens vertrokken.”

 

“Ik hoop maar dat Francis en Peter deze vakantie een beetje bijtrekken.” Mijn man Edwin zei het toen we onze koffers inpakten. Ik zweeg en hoopte stiekem hetzelfde. Want Edwin had gelijk. Sinds zijn ziekte was de wereld om ons heen vreselijk veranderd. De sjeu ging er steeds meer vanaf door alle ziekenhuisbezoeken en slechte vooruitzichten. Daarnaast waren we een hoop vrienden en kennissen kwijtgeraakt. Kennissen en collega’s haakten gewoonweg af toen eenmaal bekend was dat Edwin ongeneeslijk ziek was. In het begin kreeg hij nog veel bloemen en kaarten, maar na een tijdje verstomde dat. Kennelijk was het te confronterend voor veel mensen. Liever liepen ze weg voor het verdriet. Ze vergaten dat wij niet kónden weglopen en het nog moeilijker hadden zonder hun steun.

ZIEK
Om ons heen was het stil en somber geworden. Zelfs onze beste vrienden Francis en Peter waren veranderd. Van de vrolijke dingen die we altijd met hen deelden was niet veel meer over. Het laatste jaar leken ze altijd wel een smoes paraat te hebben. En de keren dat ze er waren, was het niet bepaald gezellig geweest. Toch wilden we Francis en Peter het voordeel van de twijfel geven. Het kon toch niet dat zij ons in de steek lieten omdat de situatie hen te ingewikkeld was? Wij waren toch échte vrienden? We kenden ze immers al ruim vijfentwintig jaar: toen we ons eerste huis kochten, werden we buren. Vanaf het eerste contact klikte het en we hadden jarenlang lief en leed met elkaar gedeeld. En vooral veel gelachen, ik herinner me nu nog de voetbalkampioenschappen en warme zomeravonden. Toen Edwin en ik tien jaar later verhuisden naar een grotere woning omdat we ons derde kind verwachten, veranderde er dan ook niets in onze vriendschap.

Alle vier hadden we een bevoorrecht leven gehad. Onze ouders waren oud geworden, de kinderen bleken gezond, geldzorgen bestonden niet en behalve de dagelijkse strubbelingen kenden we geen echte tegenslagen. Voor ons veranderde dat toen Edwin zes jaar geleden longkanker kreeg. In het begin reageerden Francis en Peter heel meelevend. Ze stuurden lieve kaartjes, belden regelmatig, en na elk bezoek aan het ziekenhuis kwamen ze even op de koffie. Dat veranderde toen Edwin hoorde dat zijn ziekte terminaal bleek. Hij had nog maximaal één tot tweejaar te leven. We waren geschokt. Onze kinderen, kennissen, collega’s: iedereen barstte in tranen uit of slikte zwijgend een brok weg. Ook Peter en Francis. “Wij zijn er voor jullie,” zeiden ze meteen, en dat voelde als een warme deken. Want wat konden we alle steun nu goed gebruiken! Maar de praktijk bleek toch anders te verlopen dan wij hoopten.

NIET FEESTELIJK
Heel langzaam kwamen er veranderingen. De telefoon rinkelde al niet vaak meer, aan de kant van kennissen en Edwins collega’s bleef het stil, maar ook Peter en Francis belden steeds minder vaak. Oud en Nieuw vierden we eerder altijd met ons viertjes, met of zonder de kinderen, nu boekten ze ineens een hotelarrangement op een kasteel voor het hele gezin. Ik vond het vreselijk moeilijk, maar begreep het wel. Het is lastig om met champagne te toasten op het nieuwe jaar als je weet dat Edwin er de volgende kerst waarschijnlijk niet meer is. Ook ons jaarlijkse gourmetavondje werd afgezegd. Edwin at geen rood vlees meer en kon niet zoveel meer verdragen, en dat vonden ze ‘niet feestelijk’. Ook de gesprekken vielen steeds vaker stil. We maakten geen grapjes meer zoals vroeger, en we waren ‘niet gezellig’, hoorden we de enige keer dat we erover probeerden te praten. Kon Edwin dan niet gewoon een keer een avond zijn zorgen vergeten? En dat pillen slikken, moest dat zo opzichtig? En vroeger hadden we toch wél altijd zin in een potje triviant? Ze misten de oude Edwin en Lianne. Maar die waren er niet meer, want we hadden gewoon geen goede berichten. In plaats van praten over ‘later’ en Edwins herstel, ging het vaak over misselijkheid na de chemo’s. Edwin had gewoon minder behoefte aan grappen en grollen. Hij werd serieuzer, wilde diepe gesprekken en werd ook steeds stiller. Dingen als nieuwe mobieltjes of tv-programma’s interesseerden hem niet meer. Soms zat hij gewoon naast ons voor zich uit te staren. Een gesprek over een feestje van vroeger en de liedjes die we daarbij opzetten, zorgde voor geïrriteerde blikken toen Edwin opmerkte dat hij een bepaald nummer gedraaid wilde hebben op zijn uitvaart. Ik zag dat ook wel, en ook dat Edwin steeds magerder en bleker werd. Maar juist op avondjes samen vond ik hem nog best gezellig en was ik trots op hem. Natuurlijk snap ik dat het voor Francis en Peter ook niet makkelijk was om Edwin zo te zien veranderen. Maar omdat we elkaar goed kenden, hoopten we op wat meer krediet. Ze moesten toch begrijpen dat wij niet meer vrolijk konden doen? Misschien wat dit een fase en duurde het even voordat ze accepteerden dat ook zij een goede vriend zouden verliezen? Tijdens een van onze kaartavondjes probeerden we het nog een keer. Edwin begon over zijn jarenlange droom: een cruise naar de Cariben. Hij wilde zo graag de witte stranden, azuurblauwe zee en vrolijke kleuren zien vanaf een drijvend, ultraluxe hotel. Hij had het er al jarenlang over gehad, dus Francis en Edwin wisten hoe diep die wens zat. Ook zij hadden eerder regelmatig aangegeven dat zo’n reis hen wel wat leek. Het gesprek werd erg leuk omdat we eindelijk weer iets positiefs bespraken en plannen maakten. Daarom vroeg Edwin aan Peter en Francis of we de reis met ons viertjes konden maken, als een soort laatste wens van hem, en ze knikten. De volgende dag belde ik Francis om te vragen hoe serieus ze waren, maar ze herhaalde nog eens dat ze het graag wilden, als een soort eerbetoon en afscheid voor Edwin. En dus telden Edwin en ik ons spaargeld, bespraken alles met de artsen en onze kinderen, en boekten uiteindelijk onze droomreis. Het werd een cruise naar Martinique, Curaçao en Barbados en aansluitend nog vier dagen in een luxe resort. Wat hadden we een pret. Ik stuurde kaartjes met tropische stranden naar Francis en de eerstvolgende keer dat ze op visite kwamen, brachten ze Jamaicaanse rumbonen en tequila mee, ook al mocht Edwin dat niet hebben.”

CRUISE NAAR BARBADOS
“Vol goede moed vertrokken we. Maar wat hebben we ons vreselijk verkeken. Gesprekken verliepen al  moeizaam vanaf dat we naar Schiphol reden. En toen Edwin van pure spanning op de eerste avond een glas water over tafel gooide zag ik Francis met haar ogen rollen. Ook was Edwin door de medicijnen soms wat trager in gesprekken en handelen. Als het wat langer duurde voor Edwin een vraag beantwoordde, reageerden Francis en Peter vrij ongeduldig. Soms wachtten ze het antwoord niet eens af. Al de derde avond gaven Peter en Francis aan dat ze graag met z’n tweetjes in het restaurant aan de andere kant van het schip wilden dineren. Ze hadden ‘tijd samen’ nodig. We waren teleurgesteld, maar begrepen het wel. Maar de dag erna wilden ze ook niet meer met ons eten en ze gingen niet mee met onze groepsexcursie die we al hadden betaald. Ze vonden het ‘te warm’. En zo was er steeds wat. Na de zesde dag hebben we ze helemaal niet meer gezien. ‘s Ochtends bij het ontbijt viel het gesprek compleet stil. Ze vertelden ons niets meer over hun plannen en als Edwin ‘s avonds moe was en in de lounge wilde zitten of op het dek onder een dekentje koffie wilde drinken, gingen zij liever naar het casino of de nachtclub. Ook maakten ze kennis met een ander Nederlands stel, en vanaf dat moment werden wij vrijwel genegeerd. We troostten ons met de gedachte dat we na de cruise nog een paar dagen met ons viertjes zouden doorbrengen. We hintten daar af en toe naar, en dan lachten Francis en Peter gezapig terug. Eén keer hebben we eerlijk gevraagd of ze zich aan ons stoorden of liever dingen anders zouden regelen in het resort, bijvoorbeeld alleen elke dag samen ontbijten of dineren. Maar we zagen dat Peter en Francis het moeilijk vonden om erover te praten. Ze antwoordden dat ze het lastig vonden om Edwin zo afhankelijk van mij te zien en misten het spontane in onze vriendschap en de avondjes vol grappen en grollen. Toch klaarde na dat gesprek de lucht. Francis en Peter beloofden dat ze zouden proberen wat beter hun best te doen om de veranderingen te accepteren en er alsnog een leuke reis van te maken.
Onze verbazing was dan ook enorm toen we de avond voor ontscheping ontdekten dat Francis en Peter waren vertrokken! Het personeel vertelde ons dat ze ‘wegens familieomstandigheden’ naar huis waren gegaan! Dat was natuurlijk niet zo, want dan hadden we het heus wel gehoord of dan hadden hun kinderen ons ook wel gebeld. Ze hadden gewoon geen zin meer in het resort en hadden op eigen houtje een vliegticket naar huis geboekt! We stonden perplex.
Edwin en ik hebben geprobeerd nog het beste te maken van onze laatste paar dagen, maar eerlijk gezegd waren we vooral heel verdrietig. Het voelde alsof we als een soort melaatsen in de steek waren gelaten. Waarom kon er niet meer gepraat worden? We begrepen totaal niet waar we dit aan hadden verdiend. Als we zo’n vervelende mensen waren, hadden we het toch niet bijna zevenentwintig jaar met elkaar volgehouden? Eenmaal thuis probeerde ik hen te bellen, maar tot vier keer toe werd de telefoon niet opgenomen. Daarna heb ik de moed verloren. Francis en Peter hebben ook nooit teruggebeld. We hebben sindsdien niets meer van ze gehoord. Nu niet, en na Edwins overlijden ook niet.

MANTELZORGER
Edwin’s gezondheid holde na onze vakantie achteruit, alsof hij zich aan de reis opgetrokken had. Vier maanden later is hij vrij eenzaam gestorven. Die laatste tijd hebben we gelukkig veel gehad aan een maatschappelijk werker en een verpleegkundige aan huis. Ook bood een psycholoog ons palliatieve terminale zorg. Ze stonden dag en nacht voor ons klaar, en dat voelde als een warm bad, ook al stak het enorm dat dit mensen waren die dit beroepsmatig deden en dat onze eigen vrienden ons zo hadden laten vallen. Alleen mijn beste jeugdvriendin en onze familie en kinderen waren nog overgebleven.
Het is nu twee jaar geleden dat Edwin overleed. Francis en Peter heb ik nog wel een rouwkaart gestuurd, maar zelfs daar hebben ze niet op gereageerd. Ze zijn zelfs niet eens op de uitvaart geweest. Een keer kwam ik hun dochter tegen in de V&D, maar zij deed snel alsof ze me niet zag. En dat terwijl ik haar geboren heb zien worden. De pijn van haar afwijzing ging me door merg en been. Nog steeds begrijp ik niet dat mensen zo oppervlakkig kunnen zijn. Hadden ze maar gewoon uitgesproken dat ze niet wisten hoe met de situatie om te gaan, dan waren we niet zo uit elkaar gegroeid. En ook al denk ik aan de ene kant dat het maar goed is dat zulke laffe mensen niet meer thuishoren in mijn vriendenkring, de pijn lijkt maar niet te slijten.

Voor mezelf heb ik inmiddels een nieuwe invulling aan mijn leven gegeven, maar vertrouwen doe ik mensen niet snel meer. Ik ben nu mantelzorger geworden van een gehandicapte jongen. Het doet me goed hem te kunnen helpen, zijn eenzaamheid te verlichten. Vaak huil ik nog stilletjes om Edwin. Ik mis hem vreselijk en dat het lijkt maar niet minder te worden. Ik ben ook nog zo vreselijk boos dat hij zo’n eenzaam einde heeft gehad, dat ik inmiddels praat met een psychiater. Zij helpt mij om alles een plekje te geven en mijn woede in perspectief te zien. Ik kom er wel, dat weet ik zeker. Want ondanks al het verdriet en het missen van Edwin heeft de hele geschiedenis me wel een stuk sterker gemaakt. Als ik zie hoe blij Mark is als ik met hem in zijn rolstoel wandel of kaart, doet de pijn als ik denk aan de kaartavondjes van vroeger al een stuk minder zeer. Dat het zo makkelijk is om voor iemand klaar te staan en een lach op een gezicht te toveren doet me goed. Zulke mensen verdienen mijn tijd meer dan mensen als Peter en Francis.”

 

Dit interview is geschreven voor en geplaatst in weekblad VRIENDIN.
De namen zijn om privacyredenen veranderd. De vrouw op de foto is een model.

©EvelineKarman